Bij je op het spreekuur komt een man van 48 jaar. Hij heeft last van hevige hoofdpijn.
Vraag 1: Aan welke diagnoses denk je in eerste instantie? Welke vragen wil je nu gaan stellen? Op welke alarmsymptomen moet je bedacht zijn?
Vervolg casus:
Sinds een half jaar heeft deze man vaak hoofdpijn. De hoofdpijn is zeurend en op de meeste dagen aanwezig. Gelukkig kan hij er goed mee functioneren op zijn werk. Soms voelt hij de pijn in het gehele hoofd, maar soms ook alleen unilateraal.
Als hij heel veel last heeft van de pijn slikt hij paracetamol. Hij gebruikt verder geen medicatie. Hij drinkt ongeveer drie koppen koffie per dag en drinkt sporadisch alcohol. Hij voelt zich niet misselijk en hij braakt niet. Verder heeft hij geen koorts, geen nachtzweten of gewichtsverlies.
Zijn voorgeschiedenis is blanco en in de familie komt alleen migraine bij zijn moeder voor.
Vraag 2: Welke diagnoses overweeg je nu en welke vragen wil je dan nog stellen? Leg dit uit.
Vervolg casus:
Zijn hoofdpijn komt niet in heftige aanvallen en er zijn geen verschijnselen vooraf. Hij heeft geen oogklachten of lichaamsuitval gemerkt. Hij zegt wel dat hij de laatste tijd erg moe is. Bij hevige pijn heeft hij last van fotofobie.
Hij slikt ongeveer 2 tot 6 pillen paracetamol van 500 mg per dag. De pijn gaat er niet helemaal van weg, maar als hij het niet slikt heeft hij nog meer last.
Vraag 3: Welk lichamelijk onderzoek wil je nu doen?
Vervolg casus:
Bij het lichamelijk onderzoek zie je een niet-ziek ogende, obese man. Zijn bloeddruk is 145 over 95 en zijn pols 80 per minuut. Hij heeft geen koorts en het onderzoek van het hoofd-halsgebied en neurologisch onderzoek laten geen afwijkingen zien.
Vraag 4: Wat is nu je differentiaaldiagnose en leg dit uit. Welk aanvullend onderzoek wil je nu nog doen?
Vraag 5: Hoe zou jij deze patiënt behandelen? En wat gebeurt er met de hoofdpijn na het staken van deze medicatie?
Vraag 6: Welke andere middelen kunnen bij overmatig gebruik hoofdpijn veroorzaken?