H13 – Hoofdpijn (Samenvatting voor STAT)
Bron: Diagnostiek van alledaagse klachten, H13 (Dekker & Smelt)
Kernboodschap
Hoofdpijn is bijna altijd onschuldig. De anamnese is het belangrijkste diagnostische instrument. Lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek hebben beperkte waarde tenzij er alarmsignalen zijn.
Differentiaaldiagnose
Primaire hoofdpijn (veelvoorkomend)
| Diagnose | Frequentie (huisarts) |
|---|---|
| Spanningshoofdpijn | Vaak |
| Migraine | Vaak |
| Clusterhoofdpijn | Zeldzaam |
Secundaire hoofdpijn
| Diagnose | Frequentie |
|---|---|
| Medicatieovergebruikshoofdpijn | Vaak |
| Koortsende ziekte / BLWI / sinusitis | Vaak |
| Bijwerking geneesmiddelen | Vaak |
| Nek/ogen/oren/tanden/kaken | Vaak |
| Trauma (commotio, subduraal hematoom) | Soms |
| Vaataandoening (SAB, CVA, art. temporalis) | Zeldzaam |
| Hersentumor/-infectie | Zeldzaam |
| Trigeminusneuralgie | Zeldzaam |
Let op: ~46% blijft “hoofdpijn e.c.i.” — niet altijd te classificeren.
🚩 Rode Vlaggen (Alarmsignalen)
- Peracuut ontstane hevige hoofdpijn → denk SAB
- Hevige hoofdpijn + koorts, nekstijfheid, gedaald bewustzijn → meningitis/encefalitis
- Nieuwe focale neurologische uitval
- Maligniteit in VG (mamma, long, melanoom) → hersenmetastasen
- Recent hoofdtrauma (< 6 weken) → subduraal hematoom
- Hoofdpijn die na 50e levensjaar voor het eerst begint → denk aan arteriitis temporalis, tumor
- Hoofdpijn die van karakter verandert bij een bekende hoofdpijnpatiënt
Spoedindicaties (bijlage)
| Aandoening | Sleutelkenmerken |
|---|---|
| SAB | Peracuut, “knapje”, inspanning, nekstijfheid, bewustzijnsdaling |
| Intracerebrale bloeding | Acuut, progressieve uitval, braken, anticoagulantia |
| Meningitis | Koorts, nekstijfheid, petechiën, bewustzijnsdaling |
| Arteriitis temporalis | ≥50 jr, kaakclaudicatie, visusverlies, verhoogde BSE |
| Acuut glaucoom | Rood/dof oog, middelwijde lichtstijve pupil, visusdaling |
| (Pre-)eclampsie | 2e helft zwangerschap, hypertensie, visusklachten |
| Subduraal hematoom | Trauma <6 wk, progressief, ouderen, anticoagulantia |
| CO₂-intoxicatie | Meerdere huisgenoten met klachten |
Anamnese (het belangrijkste!)
Systematisch uitvragen (TOETS-proof)
- Tijdsbeloop: acuut / chronisch recidiverend / aanvalsgewijs?
- Duur aanval: sec–min (clusterhoofdpijn, trigeminusneuralgie) / uren (migraine 4–72u) / dagen (spanningshoofdpijn)
- Frequentie: >15 dagen/maand = chronisch → denk aan medicatieovergebruik
- Ernst (VAS 1–10): migraine 7–9, spanningshoofdpijn 3–8, clusterhoofdpijn 10
- Karakter: bonzend → migraine / drukkend → spanning / stekend → trigeminusneuralgie/cluster
- Lokalisatie: unilateraal → migraine/cluster / bilateraal/bandgevoel → spanning / periorbitaal → cluster
- Begeleidende symptomen:
- Misselijkheid/braken → migraine (braken: LR+ 23 voor migraine!)
- Foto- én fonofobie → migraine
- Autonome verschijnselen (tranend oog, loopneus, ptosis, miosis) → clusterhoofdpijn
- Aura (visueel, geleidelijk opbouwend, <60 min, reversibel) → migraine met aura
- Invloed inspanning: verergering → migraine / geen effect → spanning
- Provocerende factoren: menstruatie, alcohol, slaapgebrek → migraine-triggers
- Medicatiegebruik: frequentie pijnstillers! (≥15 d/mnd paracetamol/NSAID of ≥10 d/mnd triptanen = overgebruik)
- Cafeïnegebruik: koffie, energiedranken, cola
- Familieanamnese: migraine is familiair, vooral migraine met aura
- Hulpvraag: ongerustheid (50%!), medicatievraag, functioneren
Onderscheid migraine vs. spanningshoofdpijn
| Kenmerk | Migraine | Spanningshoofdpijn |
|---|---|---|
| Karakter | Bonzend, pulserend | Drukkend, bandgevoel |
| Lokalisatie | Unilateraal | Bilateraal |
| Ernst | Matig-ernstig (7–9) | Mild-matig (3–8) |
| Duur aanval | 4–72 uur | Uren tot dagen |
| Inspanning | Verergert | Geen invloed |
| Misselijkheid/braken | Ja | Nee (max milde misselijkheid) |
| Foto- én fonofobie | Beide aanwezig | Max één van beide |
Onderscheid aura vs. TIA
| Aura | TIA |
|---|---|
| Geleidelijk opbouwend | Acuut begin |
| Beide ogen (één gezichtsveldhelft) | Eén oog (amaurosis fugax) |
| Visuele sensaties (flikkeren, kartelrand) | Uitval (zwart) |
| Duur ~22 min (max 60 min) | Variabel |
Hoofdpijndagboek
- Inzetten bij onduidelijke diagnose of chronische hoofdpijn
- Noteert: duur, ernst, medicatiegebruik + effect
- Vervolgafspraak na 2 maanden
- Onthult vaak medicatieovergebruik of discrepantie met beleving patiënt
Lichamelijk Onderzoek
Beperkte diagnostische waarde bij primaire hoofdpijn [C]. Alleen op indicatie:
Wanneer wél LO?
- Nieuwe of veranderde hoofdpijn → oriënterend neurologisch onderzoek + gericht ALO
- Chronische hoofdpijn (≥15 d/mnd) → idem
- Bloeddruk: mannen >40 jr / vrouwen >50 jr met nieuwe hoofdpijn; bij VG hypertensie
- Tijdens clusterhoofdpijnaanval: rood/tranend oog, ptosis, miosis, loopneus
Specifieke bevindingen
| Bevinding | Denk aan |
|---|---|
| Nekstijfheid | Meningitis, SAB → SPOED |
| Pupilverschil | Glaucoom, cluster, neurologische afwijking |
| Focale neurologische uitval | Tumor, CVA, subduraal hematoom |
| Koorts | Infectie (meningitis?) |
| Pijnlijke/verdikte a. temporalis | Arteriitis temporalis |
Niet zinvol:
- Palpatie nekmusculatuur (geen bewezen relatie met spanningshoofdpijn)
- Bloeddruk als “oorzaak” uitsluiten (alleen relevant bij maligne hypertensie: diastolisch >125)
Aanvullend Onderzoek
Bloedonderzoek
- BSE bij verdenking arteriitis temporalis → hoge BSE is sterke aanwijzing
- Verder geen indicatie voor bloedonderzoek bij hoofdpijn [C]
Beeldvorming
- Geen indicatie bij typische migraine of spanningshoofdpijn zonder alarmsignalen [A]
- Kans op relevante afwijkingen = gelijk aan algemene bevolking
- Toevalsbevindingen leiden tot onnodige angst en kosten
Wél beeldvorming (CT/MRI) bij:
- Atypisch hoofdpijnpatroon of recente verandering
- Steeds éénzijdige auraverschijnselen
- Epilepsie in VG
- Focale neurologische symptomen/afwijkingen bij LO
- Eerste aanval clusterhoofdpijn → verwijzing neuroloog
Bij acute heftige hoofdpijn
- SAB-verdenking: directe verwijzing neurochirurgie + CT (sensitiviteit 95% <24u), evt. LP/MRI/angiografie
- Meningitis-verdenking: CT + LP
Behandelplan (beknopt)
Spanningshoofdpijn
- Voorlichting en geruststelling
- Paracetamol of NSAID (max <15 dagen/maand!)
- Bij chronisch: geen bewezen medicamenteuze therapie, overweeg niet-medicamenteus
Migraine – aanvalsbehandeling
- Stap 1: Paracetamol 1000 mg of NSAID (naproxen, ibuprofen)
- Stap 2: Triptaan (sumatriptan) — max <10 dagen/maand
- Anti-emetica bij misselijkheid (metoclopramide, domperidon)
Migraine – profylaxe (bij ≥2 aanvallen/maand)
- Bètablokker (metoprolol, propranolol), candesartan, amitriptyline, topiramaat
Clusterhoofdpijn
- Aanval: zuurstof 100% (12–15 L/min) of sumatriptan s.c.
- Profylaxe: verapamil → verwijzing neuroloog
Medicatieovergebruikshoofdpijn
- Staken van het overgebruikte middel (uitleggen: rebound 1–3 weken)
- Na staken: hoofdpijn verdwijnt binnen 2–3 maanden
- Preventief: waarschuw al bij eerste consult over risico overgebruik
Grens medicatiegebruik (onthouden!)
- Paracetamol/NSAID: <15 dagen/maand
- Triptanen/combinatiepijnstillers: <10 dagen/maand
- Cafeïne: max 5 eenheden/dag
STAT-tips
- Vraag altijd naar de hulpvraag — 50% komt uit ongerustheid, niet voor medicatie
- Braken is het sterkste anamnestische kenmerk voor migraine (LR+ 23)
- Hoofdpijn >3 maanden onveranderd als enig symptoom sluit hersentumor uit [E]
- Chronische dagelijkse hoofdpijn = denk aan medicatieovergebruik (60–75% van gevallen)
- Clusterhoofdpijn: man, nachtelijk, unilateraal periorbitaal, autonome verschijnselen, bewegingsdrang
- Nieuwe hoofdpijn >50 jaar → extra waakzaam voor arteriitis temporalis, tumor
- LO is vooral voor de arts-patiëntrelatie, niet voor diagnose bij primaire hoofdpijn
- Geen beeldvorming bij typische primaire hoofdpijn zonder alarmsignalen