Oefencasus H30 – Hartkloppingen (STAT Klinisch Redeneren)
Stap 1 — Presentatie
Een 68-jarige man komt op het spreekuur van de huisarts. Hij klaagt over aanvalsgewijze hartkloppingen die hij sinds enkele weken heeft. Zijn hart “slaat op hol” en dat voelt onregelmatig.
Vraag 1:
- a) Aan welke diagnosen denk je in eerste instantie?
- b) Welke vragen wil je stellen?
- c) Op welke mogelijke alarmsymptomen moet je bedacht zijn?
💡 Ideaal antwoord — Vraag 1
a) Initiële differentiaaldiagnose (breed, op basis van alleen klacht + leeftijd + geslacht):
| Categorie | Diagnosen |
|---|---|
| Cardiaal | Boezemfibrilleren (hoge a-priori kans bij 68-jarige man!), extrasystolie (boezem/kamer), paroxismale SVT (AVNRT), boezemflutter, kamertachycardie |
| Extracardiaal | Hyperthyreoïdie, anemie, medicatie-/middelengebruik, angst-/paniekstoornis |
| Onverklaard/SOLK | Toegenomen opmerkzaamheid van normale hartslag |
Redeneerlijnen:
- 68 jaar + man → hogere a-priori kans op cardiale oorzaak (kans op AF verdubbelt per decennium)
- “Onregelmatig” → denk vooral aan boezemfibrilleren (volkomen irregulair) of extrasystolie (enkele irregulaire slagen bij regulair basisritme)
- “Aanvalsgewijs” → paroxismaal boezemfibrilleren, maar ook SVT of extrasystolen
b) Relevante anamnese-vragen:
- Frequentie: Hoe snel klopt het hart? (>200 → SVT; normaal → extrasystolen)
- Regelmaat: Regelmatig snel of volkomen onregelmatig? (irregulair → AF)
- Begin en einde: Geleidelijk of plotseling? (plotseling → paroxismale SVT/AF; geleidelijk → sinustachycardie)
- Duur: Seconden, minuten, uren?
- Begeleidende klachten: Duizeligheid, flauwvallen, kortademigheid, pijn op de borst, polyurie?
- Omstandigheden: Bij inspanning, in rust, ‘s nachts, bij emotie?
- Cardiovasculaire voorgeschiedenis: Eerder hartinfarct, hypertensie, kleplijden?
- Medicatie en middelen: Welke medicijnen? Koffie, alcohol, drugs?
- Familieanamnese: Plotse hartdood <45 jaar?
- Schildklierklachten: Afvallen, zweten, tremor?
- Psychische klachten: Angst, paniek, stress?
c) Alarmsymptomen:
- Output-falen: syncope, ernstige dyspnoe, hypotensie tijdens aanval
- Symptomatische bradycardie <40/min (zonder sporthart)
- Tachycardie bij een reeds beschadigd hart (→ denk ventriculair, urgentie!)
- Familiaire belasting: plotse hartdood op jonge leeftijd
Valkuilen:
- Bij oudere patiënten niet te snel denken aan “onschuldige” oorzaak — de kans op cardiale pathologie is fors hoger
- Boezemfibrilleren kan asymptomatisch zijn; eerste presentatie kan een CVA zijn
- Vergeet niet naar cardiovasculaire voorgeschiedenis te vragen — dit verhoogt de kans op pathologische ritmestoornis met factor 4–5
Stap 2 — Anamnese (deel 1)
De patiënt vertelt dat zijn hart “onregelmatig op hol slaat.” De aanvallen komen een paar keer per week, duren soms een halfuur tot enkele uren, en beginnen en stoppen vrij plotseling. Hij schat dat zijn hart dan “heel snel en wild” klopt — hij kan het ritme niet goed tikken omdat het zo onregelmatig is.
Hij heeft al jaren hoge bloeddruk waarvoor hij amlodipine 5 mg gebruikt. Drie jaar geleden had hij een TIA (tijdelijk krachtsverlies rechterarm). Hij rookt niet meer (gestopt 10 jaar geleden), drinkt 2-3 glazen wijn per avond en drinkt 3-4 koppen koffie per dag. Hij gebruikt geen drugs.
Zijn vader overleed op 72-jarige leeftijd aan een beroerte.
Vraag 2: Welke diagnosen overweeg je nu en welke vragen wil je nog stellen? Leg uit!
💡 Ideaal antwoord — Vraag 2
Bijgestelde differentiaaldiagnose:
| Diagnose | Richting | Redenering |
|---|---|---|
| Boezemfibrilleren | ⬆⬆⬆ | Volkomen onregelmatig + snel + aanvalsgewijs met abrupt begin/einde + 68 jaar + hypertensie + TIA in voorgeschiedenis → paroxismaal boezemfibrilleren is nu de meest waarschijnlijke diagnose |
| Extrasystolie | ⬇ | Extrasystolen geven meestal korte irregulaire slagen bij een regulair basisritme, niet “wild en onregelmatig” gedurende uren |
| Boezemflutter | ⬇ | Flutter geeft meestal een regelmatig snel ritme (2:1 blok → ~150/min) |
| AVNRT/SVT | ⬇ | SVT is regelmatig en snel, niet onregelmatig |
| Kamertachycardie | ↔ (let op!) | Bij hypertensie kan structurele hartschade bestaan → VT niet uitsluiten, maar VT is ook regelmatig |
| Angst/paniek | ⬇⬇ | 68 jaar, geen psychiatrische voorgeschiedenis, objectief onregelmatig ritme beschreven |
Cruciale redeneerlijnen:
- Onregelmatig + snel + aanvalsgewijs → klassiek beeld van paroxismaal boezemfibrilleren
- Hypertensie is de meest voorkomende risicofactor voor AF
- TIA in voorgeschiedenis → kan eerder al ongedetecteerd AF gehad hebben! (AF verhoogt risico ischemisch CVA 5×)
- Alcohol (2-3 glazen/avond) → kan AF luxeren (“holiday heart”)
- Vader overleed aan beroerte → mogelijk ook AF in de familie
Vervolgvragen:
- Heeft u tijdens een aanval last van duizeligheid, flauwvallen, of kortademigheid? (→ hemodynamisch effect)
- Heeft u pijn op de borst gehad? (→ angina bij snelle hartactie?)
- Kunt u nog dezelfde inspanning leveren als voorheen? (→ verminderde inspanningstolerantie bij AF)
- Bent u afgevallen, transpireert u veel, trilt u? (→ hyperthyreoïdie als luxerende factor voor AF)
- Plast u opvallend veel tijdens een aanval? (→ polyurie bij SVT, klassiek maar zeldzaam gevraagd)
- Is de TIA destijds volledig uitgezocht? Was er toen een ECG gemaakt?
Valkuilen:
- De TIA kan de eerste manifestatie van AF zijn geweest → dit moet je expliciet benoemen
- Alcohol is een bekende trigger voor AF — niet afdoen als “normaal”
- Paniek kan naast AF bestaan (67% van SVT-patiënten heeft ook paniekklachten) — maar bij deze patiënt is de a-priori kans op cardiaal hoog
Stap 3 — Anamnese (deel 2)
Tijdens de aanvallen voelt de patiënt zich duizelig en “slap.” Hij is niet flauwgevallen. Hij merkt dat hij bij traplopen sneller buiten adem raakt dan een jaar geleden. Geen pijn op de borst. Geen polyurie. Hij is niet afgevallen, transpireert niet overmatig, en trilt niet.
Hij slaapt matig — wordt soms wakker van de hartkloppingen. Hij voelt zich wel angstig als het “op hol slaat,” maar herkent dat als reactie op de klachten. Geen depressieve klachten. De TIA is destijds uitgewerkt: CT-scan was normaal, maar er is toen geen langdurige ECG-registratie gedaan.
Vraag 3: Welk lichamelijk onderzoek moet je doen en waarom?
💡 Ideaal antwoord — Vraag 3
Lichamelijk onderzoek:
| Onderzoek | Waarom? |
|---|---|
| Bloeddruk meten | Hemodynamische toestand beoordelen; hypertensie als risicofactor bevestigen; hypotensie tijdens aanval = alarmsignaal |
| Polspalpatie | Beoordelen van regulariteit en aequaliteit. Volledig irregulair + inaequaal → specificiteit 99% voor AF. Polsdeficit tellen (hartslag bij auscultatie vs. pols) |
| Inspectie halsvenen | Cannon waves → wijst op AV-dissociatie (VT of kamerextrasystolen). Frog sign → AVNRT |
| Auscultatie hart | Souffles → structurele hartafwijking (kleplijden, HCM)? Wisselende luidheid S1 bij regulair ritme → VT. Irregulaire harttonen → AF |
| Inspanning-test (10 kniebuigingen) | Verdwijnt de irregulariteit → extrasystolen. Blijft irregulair → AF |
| Palpatie schildklier | Hyperthyreoïdie als luxerende factor uitsluiten (hoewel anamnestisch onwaarschijnlijk) |
| Inspectie algemeen | Tekenen van hartfalen? (oedeem, verhoogde CVD, crepitaties basaal) |
Redeneerlijnen:
- Pols voelen is cruciaal: als de pols op dit moment irregulair en inaequaal is, heb je een sterk vermoeden van AF (spec 99%)
- Maar: sensitiviteit is slechts 50% — dus een regulaire pols sluit AF niet uit (paroxismaal = kan nu afwezig zijn)
- Hartauscultatie is belangrijk om structurele hartziekte op te sporen die AF kan veroorzaken én die de prognose beïnvloedt
- Kniebuigingen-test is een simpele maar waardevolle manoeuvre om extrasystolen van AF te onderscheiden
Valkuil:
- Als de patiënt nu geen klachten heeft, kan het LO volledig normaal zijn — dat sluit de diagnose AF niet uit!
- Vergeet niet naar tekenen van hartfalen te kijken (AF kan zowel oorzaak als gevolg zijn van hartfalen)
Stap 4 — Lichamelijk onderzoek
Bij lichamelijk onderzoek zie je een niet-acuut zieke man. Hij is goed bij bewustzijn.
- Bloeddruk: 148/88 mmHg
- Polspalpatie: Irregulaire, inaequale pols, frequentie geschat ~110/min. Er is een polsdeficit: bij auscultatie tel je 124 slagen/min, bij palpatie van de a. radialis 108/min
- Halsvenen: Geen cannon waves, geen verhoogde CVD
- Auscultatie hart: Onregelmatige hartactie, wisselende luidheid eerste harttoon, geen souffles
- Longen: Geen crepitaties
- Schildklier: Niet vergroot, geen noduli palpabel
- Extremiteiten: Geen perifeer oedeem
Na 10 kniebuigingen blijft de pols volledig irregulair.
Vraag 4: Wat is nu je differentiaaldiagnose? Leg uit. Welk aanvullend onderzoek wil je doen? Wat is je beleid?
💡 Ideaal antwoord — Vraag 4
Definitieve differentiaaldiagnose:
| Diagnose | Richting | Redenering |
|---|---|---|
| Boezemfibrilleren | ⬆⬆⬆ (vrijwel zeker) | Volledig irregulair + inaequaal (spec 99%) + polsdeficit + wisselende luidheid S1 + irregulariteit blijft na inspanning + tachycard (~110-124/min) + hypertensie + TIA → klassiek beeld van boezemfibrilleren |
| Boezemflutter met wisselend blok | ↔ (klein) | Kan soms irregulair lijken bij wisselend AV-blok, maar minder waarschijnlijk dan AF |
| Extrasystolie | ⬇⬇ | Irregulariteit verdwijnt niet na inspanning → spreekt tegen extrasystolen |
| Kamertachycardie | ⬇⬇ | Geen cannon waves, geen wisselende S1 bij regulair ritme; VT is regelmatig |
Cruciale redeneerlijnen:
- Volledig irregulair + inaequaal + polsdeficit = trias van boezemfibrilleren (specificiteit 99%)
- Na inspanning blijft irregulariteit bestaan → dit onderscheidt AF van extrasystolen (extrasystolen verdwijnen vaak bij inspanning)
- Wisselende luidheid S1 bij een irregulair ritme past bij AF (door wisselende vullingstijd)
- Geen souffles → geen aanwijzing voor kleplijden als onderliggende oorzaak, maar hypertensie is voldoende als substraat
- TIA in voorgeschiedenis → kan zeer goed thrombo-embolische complicatie van reeds bestaand (ongedetecteerd) AF zijn geweest
Aanvullend onderzoek:
| Onderzoek | Reden |
|---|---|
| 12-kanaals-ECG (nu, tijdens klachten!) | Gouden standaard; bevestiging AF; beoordelen van kamerfrequentie, geleidingsstoornissen, tekenen van LVH/ischemie |
| Lab: TSH | Hyperthyreoïdie uitsluiten als luxerende factor voor AF |
| Lab: Hb | Anemie uitsluiten (kan AF luxeren en verergeren) |
| Lab: nierfunctie + elektrolyten | Belangrijk voor medicatiekeuze (anticoagulantia, frequentiecontrole) |
| Eventueel echocardiografie | Beoordeling linkeratriumgrootte, linkerventrikel functie, kleplijden → bepaalt beleid |
Beleid:
- Bevestig diagnose: ECG nu maken (patiënt heeft op dit moment klachten + irregulair ritme = unieke kans!)
- Anticoagulantia starten: CHA₂DS₂-VASc-score berekenen:
- Leeftijd 65-74: +1
- Hypertensie: +1
- TIA/CVA: +2
- Totaal: 4 → duidelijke indicatie voor orale anticoagulantia (DOAC) ter preventie van ischemisch CVA
- Frequentiecontrole: Hartfrequentie verlagen (bijv. bètablokker of digoxine); streeffrequentie <110/min in rust
- Leefstijladvies: Alcoholgebruik verminderen (trigger voor AF)
- Verwijzing: Overweeg verwijzing cardioloog voor echocardiografie en beoordeling ritme- vs. frequentiecontrole
Valkuilen:
- ECG buiten de aanval is vaak normaal — maak het ECG NU, terwijl de patiënt klachten heeft!
- Vergeet de CHA₂DS₂-VASc niet: de belangrijkste actie bij AF is niet het ritme herstellen, maar het CVA-risico verlagen met anticoagulantia
- De TIA had een clue moeten zijn: bij elke TIA/CVA moet AF actief worden uitgesloten met langdurige ECG-registratie
- Paniekklachten uitsluiten is niet genoeg: ook bij bewezen AF kunnen angstklachten bestaan — maar hier is de angst secundair aan de palpitaties
- Alcohol als trigger niet vergeten in het advies
Samenvatting leerpunten
| Leerpunt | Toelichting |
|---|---|
| Leeftijd bepaalt a-priori kans | Risico op AF verdubbelt per decennium; bij 68 jaar is cardiaal de waarschijnlijkste categorie |
| ”Onregelmatig” = denk AF | Volkomen irregulair + inaequaal heeft specificiteit van 99% voor boezemfibrilleren |
| Kniebuigingen-test | Simpele manoeuvre: extrasystolen verdwijnen, AF-irregulariteit blijft |
| TIA/CVA → altijd AF uitsluiten | AF verhoogt risico op ischemisch CVA met factor 5; kan eerste presentatie zijn |
| CHA₂DS₂-VASc | Bepaalt indicatie voor anticoagulantia — dit is de belangrijkste therapeutische beslissing bij AF |
| ECG tijdens klachten | Het enige moment waarop je de diagnose kunt bevestigen — slaagt bij slechts 31% van de patiënten |
| Alcohol als trigger | ”Holiday heart” — alcohol kan AF luxeren, belangrijk leefstijladvies |
Oefencasus Hartkloppingen — Casus 2: Hartkloppingen, afvallen en altijd warm
Stap 1 — Presentatie
Een 43-jarige vrouw komt op het spreekuur. Ze heeft sinds enkele maanden het gevoel dat haar hart “snel en bonzend” gaat, vaak ook in rust. Ze voelt zich opgejaagd en kan moeilijk tot rust komen.
Vraag 1:
- a) Aan welke diagnosen denk je in eerste instantie?
- b) Welke vragen wil je stellen?
- c) Op welke mogelijke alarmsymptomen moet je bedacht zijn?
💡 Ideaal antwoord — Vraag 1
a) Initiële differentiaaldiagnose (breed, op basis van klacht + leeftijd + geslacht):
| Categorie | Diagnosen |
|---|---|
| Cardiaal | Sinustachycardie, extrasystolie, paroxismale SVT (AVNRT — vrouw, gezond hart), boezemfibrilleren (minder waarschijnlijk op deze leeftijd) |
| Extracardiaal | Hyperthyreoïdie, anemie, angst-/paniekstoornis, medicatie-/middelengebruik, zwangerschap, hypoglykemie |
| Onverklaard/SOLK | Toegenomen opmerkzaamheid, hyperventilatie |
Redeneerlijnen:
- Vrouw, 43 jaar → relatief lage a-priori kans op boezemfibrilleren; denk eerder aan sinustachycardie, AVNRT of een extracardiale oorzaak
- “Snel en bonzend, ook in rust” + “opgejaagd” → past goed bij sinustachycardie en bij een systemische/metabole oorzaak zoals hyperthyreoïdie
- Hartkloppingen komen bij vrouwen
2×zo vaak voor als bij mannen — maar dat maakt een organische oorzaak niet minder belangrijk om uit te sluiten
b) Relevante anamnese-vragen:
- Frequentie: Hoe snel klopt het hart? Te tellen?
- Regelmaat: Regelmatig snel of onregelmatig/overslaand?
- Begin en einde: Geleidelijk of plotseling? Continu of aanvalsgewijs?
- Begeleidende klachten: Duizeligheid, kortademigheid, flauwvallen, pijn op de borst?
- Schildklier-/metabole klachten: Afvallen ondanks goede eetlust? Warmte-intolerantie, veel transpireren, trillende handen, prikkelbaar, vaker ontlasting?
- Psychische klachten: Angst, paniek, stress, slaapproblemen?
- Medicatie en middelen: Medicijnen, levothyroxine, koffie, alcohol, drugs?
- Gynaecologisch: Cyclus veranderd? Zwangerschap mogelijk?
- Familie- en voorgeschiedenis: Schildklierziekte in de familie? Cardiovasculaire voorgeschiedenis?
c) Alarmsymptomen:
- Output-falen tijdens aanval: syncope, ernstige dyspnoe, lage bloeddruk
- Tachycardie bij een reeds beschadigd hart
- Symptomatische bradycardie
< 40(hier niet verwacht, maar standaard nagaan) - Familiaire acute hartdood
< 45 j
Valkuilen:
- Een opgejaagde, gespannen vrouw niet te snel als “angst/stress” bestempelen —
67 %van SVT-patiënten heeft óók paniekklachten, en hyperthyreoïdie geeft een vrijwel identiek beeld (opgejaagd, nerveus, trillen, transpireren) - Schildklierklachten móét je actief uitvragen — anders worden ze gemist
Stap 2 — Anamnese (deel 1)
De patiënte vertelt dat het hart “gewoon te snel” gaat, vaak rond de 100-110 in rust, zonder duidelijk plotseling begin of einde — het zit er meer voortdurend in en is wisselend erger. Soms voelt ze enkele overslagen.
Ze valt af terwijl ze juist méér eet dan vroeger — een paar kilo de afgelopen maanden. Het valt haar op dat ze het bijna altijd warm heeft, ook als anderen het koud hebben, en dat ze snel transpireert. Haar handen trillen fijn, vooral als ze ze uitstrekt. Ze is prikkelbaar en slaapt slecht. Haar ontlasting is frequenter dan vroeger (vaker per dag, zachter).
Ze gebruikt geen medicijnen, drinkt 2 koppen koffie per dag, geen drugs. Geen kans op zwangerschap (spiraal). Haar moeder heeft “iets met de schildklier” gehad.
Vraag 2: Welke diagnosen overweeg je nu en welke vragen/onderzoeken wil je nog doen? Leg uit!
💡 Ideaal antwoord — Vraag 2
Bijgestelde differentiaaldiagnose:
| Diagnose | Richting | Redenering |
|---|---|---|
| Hyperthyreoïdie | ⬆⬆⬆ | Klassieke combinatie: hartkloppingen + gewichtsverlies ondanks goede eetlust + warmte-intolerantie + transpireren + fijnslagige tremor + prikkelbaarheid + frequente defecatie + positieve familieanamnese |
| Sinustachycardie | ⬆ (gevolg) | Tachycardie in rust zonder abrupt begin/einde past bij sinustachycardie — hier hoogstwaarschijnlijk secundair aan de hyperthyreoïdie |
| Extrasystolie | ↔ | “Overslagen” passen bij extrasystolen; op zich onschuldig, kunnen door thyreotoxicose worden uitgelokt |
| Boezemfibrilleren | ↔ (let op!) | Hyperthyreoïdie is een bekende reversibele trigger voor AF; op deze leeftijd minder waarschijnlijk, maar bij thyreotoxicose niet uitsluiten |
| Angst/paniek | ⬇ | Verklaart het gewichtsverlies ondanks goede eetlust en de warmte-intolerantie niet; bovendien continu i.p.v. aanvalsgewijs |
Cruciale redeneerlijnen:
- De combinatie hartkloppingen + afvallen bij goede eetlust + warmte-intolerantie + tremor + prikkelbaarheid + frequente ontlasting is een schoolvoorbeeld van thyreotoxicose
- Hyperthyreoïdie geeft sinustachycardie en — vooral bij ouderen — boezemfibrilleren; het is een systemische oorzaak van palpitaties
- Positieve familieanamnese voor schildklierziekte verhoogt de a-priori kans (bv. ziekte van Graves)
- Dit is precies de situatie waarin je niet alles cardiaal of als angst mag duiden
Vervolgvragen/onderzoek:
- Oogklachten: prikkende/uitpuilende ogen, dubbelzien? (→ Graves-orbitopathie)
- Zwelling in de hals, slikklachten? (→ struma)
- Spierzwakte, snel moe bij traplopen? (→ proximale myopathie bij thyreotoxicose)
- Lichamelijk onderzoek (zie volgende stap) en gericht lab: TSH (eventueel
FT4)
Valkuilen:
- Alleen een ECG aanvragen en de schildklier niet uitvragen/testen — dan mis je de oorzaak
- De klachten als “stress bij een drukke vrouw” afdoen
Stap 3 — Lichamelijk onderzoek
Bij onderzoek zie je een wat onrustige, magere vrouw met een warme, vochtige huid.
- Bloeddruk: 138/72 mmHg (ruime polsdruk)
- Pols: Regulair, snel, ~108/min
- Handen: Fijnslagige tremor bij uitgestrekte armen, warme klamme handen
- Hals: Diffuus, symmetrisch vergrote schildklier (struma), niet pijnlijk, geen noduli
- Ogen: Lichte exophthalmie, wat staren (lid lag)
- Auscultatie hart: Snelle regulaire harttonen, geen souffles
- Longen: Geen afwijkingen
Vraag 3: Wat is nu je differentiaaldiagnose, welk aanvullend onderzoek doe je en wat is je beleid?
💡 Ideaal antwoord — Vraag 3
Definitieve differentiaaldiagnose:
| Diagnose | Richting | Redenering |
|---|---|---|
| Hyperthyreoïdie (ziekte van Graves) | ⬆⬆⬆ (zeer waarschijnlijk) | Tremor + warme vochtige huid + diffuse struma + exophthalmie + sinustachycardie + ruime polsdruk → klassiek beeld van Graves-thyreotoxicose |
| Sinustachycardie | ⬆ (secundair) | Regulaire tachycardie zonder abrupt begin/einde, secundair aan de thyreotoxicose |
| Primair cardiale ritmestoornis | ⬇ | Regulaire pols, geen irregulariteit/inaequaliteit; geen aanwijzing voor primair AF of SVT op dit moment |
Cruciale redeneerlijnen:
- De systemische verschijnselen (struma, tremor, oogtekenen, warme huid) verklaren de palpitaties — de tachycardie is gevolg, niet de primaire ziekte
- Diffuse struma + oogtekenen wijst specifiek richting ziekte van Graves
- Behandeling van de schildklier herstelt doorgaans ook het hartritme — daarom is de schildkliertest hier sleutel
Aanvullend onderzoek:
| Onderzoek | Reden |
|---|---|
TSH (eventueel FT4) | Bevestiging hyperthyreoïdie: TSH verlaagd, FT4 (en zo nodig FT3) verhoogd |
| TSH-receptor-antistoffen (TRAb) | Bevestiging ziekte van Graves |
| 12-kanaals-ECG | Beoordeel ritme (sinustachycardie?) en sluit AF uit — hyperthyreoïdie kan AF luxeren |
| Hb | Anemie als bijdragende oorzaak van tachycardie uitsluiten |
Beleid:
- Schildklierdiagnostiek inzetten (TSH/
FT4, TRAb) — dit is de kern; niet stoppen bij een ECG - Verwijzing internist/endocrinoloog voor verdere diagnostiek en behandeling van de hyperthyreoïdie
- Symptomatisch: een bètablokker kan de palpitaties, tremor en tachycardie dempen in afwachting van schildklierbehandeling (in overleg/volgens lokaal protocol)
- Uitleg en geruststelling: de hartkloppingen hebben een behandelbare onderliggende oorzaak; ze verdwijnen doorgaans als de schildklier onder controle is
Valkuilen:
- Alleen het hart onderzoeken (ECG) en de schildklier negeren → je behandelt het symptoom, niet de ziekte
- Een bètablokker geven en het daarbij laten zonder de schildklier te diagnosticeren
- Bij ouderen kan thyreotoxicose zich juist als boezemfibrilleren presenteren — denk bij elke nieuwe AF aan TSH
Samenvatting leerpunten
| Leerpunt | Toelichting |
|---|---|
| Palpitaties zijn niet altijd cardiaal | Systemische/endocriene oorzaken zoals hyperthyreoïdie geven hartkloppingen via sinustachycardie of AF |
| Klassieke thyreotoxicose-trias | Afvallen bij goede eetlust + warmte-intolerantie + tremor (+ prikkelbaarheid, frequente defecatie) |
| Schildklier actief uitvragen/testen | TSH bij elke onverklaarde tachycardie, AF of gewichtsverlies; TSH verlaagd bij hyperthyreoïdie |
| Niet alles als angst duiden | Hyperthyreoïdie en angst lijken sterk op elkaar — een organische oorzaak eerst uitsluiten |
| Behandel de oorzaak | Schildklierbehandeling herstelt doorgaans het hartritme; bètablokker dempt symptomen tijdelijk |
Oefencasus Hartkloppingen — Casus 3: Hartkloppingen bij de koffieliefhebber
Stap 1 — Presentatie
Een 46-jarige man komt op het spreekuur. Hij heeft sinds een paar weken hartkloppingen: zijn hart bonkt af en toe snel en hij voelt soms overslagen. Hij maakt zich zorgen dat er iets met zijn hart is.
Vraag 1:
- a) Aan welke diagnosen denk je in eerste instantie?
- b) Welke vragen wil je stellen?
- c) Op welke mogelijke alarmsymptomen moet je bedacht zijn?
💡 Ideaal antwoord — Vraag 1
a) Initiële differentiaaldiagnose (breed):
| Categorie | Diagnosen |
|---|---|
| Cardiaal | Extrasystolie (BES/VES), sinustachycardie, paroxismale SVT, boezemfibrilleren (a-priori lager op deze leeftijd) |
| Extracardiaal | Genotmiddelen (cafeïne, nicotine, alcohol, cocaïne), (zelf)medicatie (decongestiva), hyperthyreoïdie, anemie, angst/paniek |
| Onverklaard/SOLK | Toegenomen opmerkzaamheid, stress |
Redeneerlijnen:
- Man, 46 jaar → boezemfibrilleren is mogelijk maar minder waarschijnlijk dan bij ouderen; extrasystolie en sinustachycardie zijn frequent en meestal onschuldig
- “Bonkt snel” + “overslagen” → denk aan sinustachycardie + extrasystolen, vaak uitgelokt door stimulantia
- Op deze leeftijd loont het om genotmiddelen en (zelf)medicatie systematisch uit te vragen — dat is een veelvoorkomende, reversibele oorzaak
b) Relevante anamnese-vragen:
- Frequentie / regelmaat: Snel en regelmatig of onregelmatig/overslaand?
- Begin en einde: Geleidelijk of plotseling? Continu of aanvalsgewijs?
- Begeleidende klachten: Duizeligheid, flauwvallen, kortademigheid, pijn op de borst?
- Genotmiddelen: Hoeveel koffie, energydranken, cola? Roken? Alcohol (hoeveel/avond)? Drugs (cocaïne, amfetamine)?
- (Zelf)medicatie: Gebruik van neusspray/tabletten bij verkoudheid (decongestiva, pseudo-efedrine)? Andere middelen, supplementen, afslankmiddelen?
- Schildklierklachten: Afvallen, transpireren, trillen, opgejaagd?
- Psychische klachten: Stress, angst, paniek, slaap?
- Voorgeschiedenis/familie: Cardiovasculaire voorgeschiedenis? Acute hartdood
< 45 jin de familie?
c) Alarmsymptomen:
- Output-falen tijdens aanval: syncope, ernstige dyspnoe, lage bloeddruk
- Pijn op de borst tijdens de kloppingen
- Tachycardie bij een reeds beschadigd hart
- Familiaire acute hartdood
< 45 j
Valkuilen:
- Genotmiddelen en zelfmedicatie níét uitvragen → je mist de meest waarschijnlijke (en goed behandelbare) oorzaak
- Direct doorschieten in uitgebreide cardiologische diagnostiek bij een patiënt zonder alarmsignalen, óf juist alles te snel als “angst” wegzetten
Stap 2 — Anamnese (deel 1)
De man vertelt dat zijn hart “snel bonkt”, soms met een duidelijke overslag gevolgd door een krachtige slag. Geen duidelijk plots begin of einde — het komt en gaat door de dag. Geen duizeligheid of flauwvallen, geen pijn op de borst, geen kortademigheid bij inspanning.
Op doorvragen blijkt hij veel cafeïne te gebruiken: 5-6 koppen koffie per dag plus meerdere energydranken, vooral de laatste weken omdat het druk is op het werk. Hij is verkouden geweest en gebruikt daarvoor al een paar weken een neusspray én tabletten met pseudo-efedrine. Hij rookt 15 sigaretten per dag en drinkt in het weekend fors (8-10 glazen alcohol per avond). Geen drugs.
Geen gewichtsverlies, niet overmatig transpireren, geen tremor. Verder gezond, geen medicatie, geen acute hartdood in de familie.
Vraag 2: Welke diagnosen overweeg je nu en hoe weeg je ze? Leg uit!
💡 Ideaal antwoord — Vraag 2
Bijgestelde differentiaaldiagnose:
| Diagnose | Richting | Redenering |
|---|---|---|
| Stimulantia-/medicatie-geïnduceerde palpitaties | ⬆⬆⬆ | Hoge cafeïne-inname + energydranken + pseudo-efedrine + nicotine + fors alcohol → klassieke combinatie van uitlokkende stimulantia; klachten begonnen toen inname/zelfmedicatie toenam |
| Sinustachycardie + extrasystolie | ⬆ (gevolg) | “Snel bonken” + “overslagen met krachtige volgende slag” past op sinustachycardie met BES/VES — bij iedereen onschuldig |
| Hyperthyreoïdie | ⬇ | Geen afvallen, transpireren of tremor — maakt thyreotoxicose onwaarschijnlijk, maar TSH laagdrempelig nagaan |
| Boezemfibrilleren | ↔ (let op) | Alcohol (“holiday heart”) en stimulantia kunnen AF luxeren; pols voelen en zo nodig ECG ter onderscheiding |
| Angst/paniek | ⬇ | Geen paniekaanvallen of plots begin/einde; klachten beter verklaard door stimulantia |
Cruciale redeneerlijnen:
- Het tijdsverband (klachten begonnen toen cafeïne/energydranken/pseudo-efedrine toenamen) wijst sterk op een middelen-/medicatie-geïnduceerde oorzaak
- Pseudo-efedrine (sympathicomimeticum), cafeïne en nicotine geven extrasystolie en/of sinustachycardie
- Alcohol is een bekende trigger voor AF en extrasystolie (“holiday heart”) — fors weekenddrinken is relevant
- Geen alarmsignalen en geen aanwijzing voor structureel hartlijden → terughoudendheid met uitgebreide diagnostiek is gepast
Vervolg/onderzoek:
- Lichamelijk onderzoek: pols (regulariteit/inaequaliteit), bloeddruk, auscultatie hart, schildklier
- Op indicatie lab: TSH (geruststellend uitsluiten), eventueel
Hb - ECG bij twijfel of bij irregulaire pols; bij dit beeld zonder alarmsignalen niet meteen uitgebreide cardiologische diagnostiek
Valkuilen:
- Niet doorvragen naar energydranken en zelfmedicatie → de oorzaak blijft onzichtbaar
- Doorschieten in Holter/echo/verwijzing zonder alarmsignalen — overdiagnostiek en angstinductie
- Alles als “stress/angst” labelen terwijl er een duidelijke, aanwijsbare prikkel is
Stap 3 — Lichamelijk onderzoek
Bij onderzoek zie je een niet-zieke man.
- Bloeddruk: 134/84 mmHg
- Pols: Regulair basisritme ~88/min met af en toe een vroege slag gevolgd door een compensatoire pauze (extrasystolen)
- Auscultatie hart: Geen souffles, geen click; af en toe een vroege slag met daarna een krachtiger slag
- Schildklier: Niet vergroot, geen tremor van de handen
- Longen: Geen afwijkingen
- Halsvenen: Geen cannon waves
Na 10 kniebuigingen verdwijnen de overslagen grotendeels en is de pols regulair.
Vraag 3: Wat is je conclusie en wat is je beleid?
💡 Ideaal antwoord — Vraag 3
Conclusie / differentiaaldiagnose:
| Diagnose | Richting | Redenering |
|---|---|---|
| Benigne extrasystolie + sinustachycardie, stimulantia-geïnduceerd | ⬆⬆⬆ (zeer waarschijnlijk) | Regulair basisritme met enkele vroege slagen die na inspanning verdwijnen → extrasystolen; uitgelokt door cafeïne/pseudo-efedrine/nicotine/alcohol; geen alarmsignalen |
| Boezemfibrilleren | ⬇⬇ | Geen volledig irregulaire/inaequale pols, geen polsdeficit → AF onwaarschijnlijk |
| Hyperthyreoïdie | ⬇ | Geen struma/tremor/oogtekenen; TSH laagdrempelig ter geruststelling |
| Structureel/erfelijk cardiaal lijden | ⬇ | Geen souffle, geen syncope, blanco familieanamnese → geen aanwijzing |
Cruciale redeneerlijnen:
- Extrasystolen verdwijnen vaak bij inspanning (kniebuigingen) — dit onderscheidt ze van AF, waar de irregulariteit blijft
- Vroege slag + langere pauze + krachtige volgende slag = klassiek beeld van een extrasystole; bij iedereen op zich onschuldig
- Het hele beeld (geen alarmsignalen, regulair basisritme, duidelijke stimulantia) wijst op een benigne, reversibele oorzaak
Beleid:
- Uitleg en geruststelling: extrasystolen zijn onschuldig; de klachten hangen samen met cafeïne, energydranken, het verkoudheidsmiddel, nicotine en alcohol
- Leefstijl-/medicatieadvies:
- Minder koffie en energydranken
- Stoppen met de pseudo-efedrine/decongestiva (uitleggen dat dit een sympathicomimeticum is dat het hart opjaagt)
- Stoppen met roken bespreken; alcoholgebruik terugbrengen (weekenddrinken als trigger)
- Terughoudend met diagnostiek: bij ontbreken van alarmsignalen geen Holter/echo/verwijzing; TSH/
Hballeen op indicatie ter geruststelling - Vangnet: terugkomen bij alarmsignalen (flauwvallen, pijn op de borst, aanhoudend onregelmatige snelle pols) of als de klachten ondanks aanpassing van middelen aanhouden — dan alsnog ECG/aanvullend onderzoek
Valkuilen:
- Genotmiddelen/zelfmedicatie niet uitvragen → onnodige cardiologische diagnostiek
- Doorschieten in uitgebreid onderzoek bij een evident benigne beeld → overdiagnostiek en angstinductie
- Het tegenovergestelde: te snel “het zit tussen de oren” zeggen en de aanwijsbare stimulantia negeren
Samenvatting leerpunten
| Leerpunt | Toelichting |
|---|---|
| Vraag genotmiddelen systematisch uit | Cafeïne, energydranken, nicotine, alcohol, cocaïne/amfetamine geven extrasystolie en sinustachycardie |
| (Zelf)medicatie telt mee | Decongestiva (pseudo-efedrine) zijn sympathicomimetica die palpitaties uitlokken — actief naar vragen |
| Kniebuigingen-test | Extrasystolen verdwijnen vaak bij inspanning; AF-irregulariteit blijft |
| Geen alarmsignalen → terughoudend | Bij benigne beeld geruststellen + leefstijladvies; geen overdiagnostiek |
| Twee valkuilen, één balans | Niet doorschieten in cardiologie, maar ook niet alles als “angst” wegzetten — zoek de aanwijsbare prikkel |