STAT KR
Examinator-modus vraag bevindingen op & scoor

Examinator-cases — STAT Klinisch Redeneren

Oefencasussen voor wie het station moet afnemen, niet voor wie het maakt. Geschreven zodat een onervaren examinator (medestudent, AIOS, docent zonder ervaring) een KR-station kan draaien én eerlijk kan scoren zonder zelf expert te zijn op het onderwerp.

Verschil met ../oefencasussen/: die zijn student-gericht (vraag → ideaal antwoord). Deze map geeft de examinator een draaiboek: wat zeg je, wat geef je pas vrij als ernaar gevraagd wordt, wat moet de kandidaat genoemd hebben, en hoe vertaal je dat naar de officiële score.

Inhoud

3 casussen per klinische conditie, oplopend in lastigheid / met verschillende valkuil:

BestandConditieCasus 1Casus 2Casus 3
H33-Acute-buikpijn.mdAcute buikpijnklassieke appendicitisvrouw fertiele leeftijd → EUGoudere → gebarsten AAA
H59-Enkeloedeem.mdPerifeer oedeemtweezijdig → hartfaleneenzijdig acuut → DVTtweezijdig → nefrotisch/medicatie
H30-Hartkloppingen.mdHartkloppingenjonge vrouw: SVT vs paniekoudere man: paroxismaal AF + TIAjongere + alarmsignaal → ventriculair/erfelijk
H13-Hoofdpijn.mdHoofdpijnperacuut → SABchronisch dagelijks → medicatieovergebruik>50 jr nieuw → arteriitis temporalis
H69-Verwardheid.mdVerwardheid (acuut)delier door UWImiddelen / onthoudingpsychose vs delier vs dementie
H70-Vergeetachtigheid.mdVergeetachtigheid (chronisch)Alzheimer vs depressievasculair / behandelbare oorzaakMCI / onverklaarde geheugenstoornis

Bron van alle klinische inhoud: de gedocumenteerde samenvattingen in ../ai-samenvattingen/, gebaseerd op Diagnostiek van alledaagse klachten (Visser e.a.), plus het officiële beoordelingsformulier.

Hoe scoort de examinator (officieel beoordelingsformulier)

De student wordt op 3 assen beoordeeld; elke casus geeft hieronder concrete “geef punt als… / trek af als…”-cues per as.

AsWatMax
Subscore 1 — verzamelt gegevensanamnese, LO, aanvullend onderzoek; structuur, tempo, zelfstandigheid3
Subscore 2 — interpreteert & beargumenteertjuiste DD + redenering, alarmsignalen, urgentie, omgaan met alternatieven4
Subscore 3 — betrekt achtergrondkennispathofysiologie/anatomie, epidemiologie, diagnostische bewijskracht2

Eindscore = Subscore₁ + Subscore₂ + Subscore₃ + 1 (schaal tot 10).

Een station afnemen — algemene regels

  1. Geef niets gratis weg. Anamnese-, LO- en aanvullend-onderzoek-bevindingen krijgt de kandidaat alleen als er gericht naar gevraagd wordt. Elke casus heeft daarvoor een “Geef pas vrij op verzoek”-tabel.
  2. Volg het script, niet je eigen kennis. Sta jij zelf onzeker op het onderwerp: de “Modelredenering” en “Verplicht te benoemen”-secties zijn je houvast.
  3. Onderbreek bewust. As 1 toetst of de kandidaat ná een onderbreking de draad makkelijk weer oppakt — onderbreek dus minstens één keer.
  4. Stuur alleen als het moet en noteer dat: herhaaldelijke sturing → As 1 lager.
  5. Tijd: richt op ~10 min per casus. Te traag/chaotisch → As 1 lager.
  6. Dwing geen tunnelvisie af: vraag actief “en wat nog meer?” om As 2 (verscheidenheid aan overwegingen) te kunnen scoren.